Wisława Szymborska (Kórnik, 1923 - Krakau, 2012) mocht tijdens de oorlog niet studeren. Om deportatie naar een Duits werkkamp te vermijden, werkte ze als spoorwegmedewerker. Ze publiceerde essays, columns en vijftien poëziebundels. In 1991 werd ze als ‘grote humanist van Europa’ met de Goetheprijs geëerd. In 1996 ontving ze de Nobelprijs voor Literatuur. Haar werk is vertaald in meer dan veertig talen.
"Szymborska's vrolijke gebrek aan ontzag en haar dorst naar een literaire verrassing maken haar tot de vijand van alle tirannieke zekerheden."